Baskische en Galicische kiezers wijzen centralisme Madrid af.

Door Mark Demesmaeker op 13 juli 2020

Regionale verkiezingen: stevige winst voor nationalistische partijen!

Weinig belangstelling in onze media voor de regionale verkiezingen in Galicië en Baskenland gisteren, de eerste verkiezingen in Spanje sinds het uitbreken van de coronacrisis. Nochtans zijn de uitslagen interessant genoeg. Ze tonen vooral een groeiende afwijzing van de centralistische politiek van Madrid en de hang van de regio’s naar meer autonomie. Zowel in Galicië als in Baskenland winnen de radicale nationalistische partijen, met respectievelijk BNG (Bloque Nacionalista Gallego) en EH-Bildu fors terrein. Beide partijen zijn partnerpartijen van de N-VA in de ‘Europese Vrije Alliantie’, de Europese koepelpartij van regionalistische en volksnationalistische partijen. In Baskenland versterkt de meer gematigde nationalistische EAJ-PNV (Partido Nacionalista Vasco) daarbij ook nog eens hààr positie. De populaire minister-president Iñigo Urkullu van PNV (zie foto) staat er sinds 2012 aan het roer van de autonome regio. De Spaans-conservatieve Partido Popular (PP), die nationaal in de oppositie zit en gehoopt had daarvan te profiteren, presteerde bijzonder slecht in Baskenland. Ze had nochtans een kartellijst gemaakt met de Spaans-unionistische Cuidadanos, maar de twee partijen samen, haalden 4 zetels minder dan de PP in 2016 alléén had. In Galicië blijft de PP wel de grootste. Van de Spaanse regeringspartijen gaat het uiterst linkse Podemos helemaal onderuit. In Galicië verdwijnen ze zelfs helemaal uit het regionale parlement. Maar het is dus niet de socialistische PSOE van premier Sanchez die daarvan profiteert, maar de Galicische nationalisten van BNG, die de verkiezingsavond mochten afklokken met maar liefst een verdrievoudiging van hun zetelaantal. Een groeiend aantal kiezers lust de centralistische drift van de Spaanse partijen dus niet en wil meer zelfbestuur. Om de Covid-19 crisis aan te pakken, had de regering Sanchez (PSOE) via de nationale staat van alarm de macht gecentraliseerd en de regio’s grotendeels buitenspel gezet. Dat centrale beleid botste vaak op kritiek en weerstand van bijvoorbeeld de Baskische en Catalaanse regeringen, die de zaken anders en meer op maat van hun regio wilden aanpakken.

Foto: Mark Demesmaeker met de Baskische minister-president Iñigo Urkullu.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is